CÓRDOBA ANDERS

Een wandeling langs de minder bekende maar niet minder  interessante plekjes van Córdoba.

De meesten van ons hebben Córdoba wel eens bezocht en de Mezquita met de ingebouwde kathedraal al gezien.

Sabine en Francis beloofden ons te verrassen met iets anders en dat is uitstekend gelukt. Bovendien was er nog ruim een half uur ‘vrije tijd’ om eventueel een ander monument te bezoeken.

Al gedurende de bustocht kregen we veel informatie. Meestal verslapt de aandacht van de luisteraars na twintig minuten (wetenschappelijk bewezen!) maar omdat de gidsen elkaar afwisselden, was het al die tijd doodstil in de bus. Sabine behandelde de kunsthistorische kant en Francis de praktische.

Toen we het kerkhof van Casabermeja passeerden met de familiegraven die net  kleine huisjes zijn, vertelde Sabine dat er maar één persoon inpast. Na vijf jaar zijn er alleen nog maar botjes over en is er plaats voor het volgende familielid. Als er eerder ruimte nodig is, is er een tijdelijk ‘(logeer)adres. Zoiets leer je niet op internet.

We passeerden de rots bij Antequera en zagen duidelijk de indianenkop. Dat er twee achtervolgde geliefden van deze rots waren gesprongen, wist ik wel, maar dat de Moorse prinses haar minnaar, een christensoldaat uit de gevangenis had geholpen, wist ik niet.

Francis wees ons op alle wijngaarden, groentetuinen, papavervelden en vooral op  de olijfbomen. Ze vertelde dat de enige zuivere olijfolie de virgin extra is, de eerste persing.

De Italianen vermengen een beetje van de Spaanse virgin met hun eigen minderwaardige olie en dit wordt als zuivere Italiaanse  extra vergine olijfolie verkocht….dus wees gewaarschuwd!

In de bus vertelde Sabine al veel over Córdoba, zodat we, eenmaal daar, niet telkens stil hoefden te staan.

De stad is gelegen aan de Guadalquivir, de Romeinse río Betis, die vroeger veel groter was en Córdoba tot een belangrijke doorvoerhaven maakte, via Sevilla naar de Atlantische Oceaan. De tiende eeuw was Córdoba´s gouden eeuw. In 755 werd de stad veroverd door de Moorse emir Abdelmaràn. Deze stichtte een kalifaat waarin alle drie religies – joden, christenen en moslims – elkaar accepteerden en respecteerden. Ze studeerden aan dezelfde universiteit en vergaderden in de moskee. Córdoba werd een belangrijk centrum van cultuur en wetenschap. Geleerden van elke discipline zoals filosofie (o.a. Seneca), medicijnen en wiskunde waren beroemd. De bibliotheek was wereldberoemd en er werden vrouwelijke medewerkers naar Damascus, Bagdad en Caïro gestuurd om daar de geschriften te kopiëren. Helaas kwam hier een einde aan, want een andere dynastie, de Almoraviden, die voornamelijk uit Berbers bestond, veroverde Sevilla en nam de macht over. Sindsdien was er nog maar één godsdienst met maar één God, genaamd Allah. Joden en christenen werden vervolgd en veel van hun monumenten vernietigd…..niets nieuws onder de zon!

Na deze wetenswaardigheden en de tussentijdse koffiepauze in een authentieke venta stonden we dan op de Plaza de Colón.

Vervolgens gingen we de stad verkennen en belandden we op een kerkplein waar een kruisbeeld, genaamd Cristo de los Faroles, ofwel, Christus met de lantarentjes onmiddellijk de aandacht trok. Het werd omringd door een stalen hekwerk met acht lantaarns erboven. Sabine vertelde, dat er ‘s avonds een gedode soldaat rondspookte.

Daarna volgde het Palacio del Bailío. We mochten naar binnen in het oude paleis, dat is omgebouwd tot een luxe hotel met alle moderne faciliteiten in een historische context met als thema ‘Don Quijote’. De luxe slaapsuite had als entree twee klapdeuren, beschilderd met scènes uit het boek van Cervantes. Ook de slaapkamer zelf was hiermee gedecoreerd. De salon had een glazen bodem, zodat je, als je een verdieping lager stond, de stoel- en tafelpoten en de voeten en benen van toevallig langslopende mensen zag. Er is een verwarmd zwembad en helemaal onder in het gebouw de ruïnes van een Romeins huis (de domus). De tuin was een verrassing op zich: sinaasappelbomen, rozenstruiken en allerlei kleurige bloemen. Echt een paradijsje voor rustzoekers.

Langs de trappen die de oude met de nieuwe stad verbinden en langs de kruizen van de kruisweg kwamen we bij het volgende monument: de tempel van Claudio Marcelo met zijn twaalf Dorische zuilen waar op het aangrenzende terrein vroeger het Forum Romanum was.

De Plaza de la Corredera is de enige Plaza Mayor van Andalusië, een enorm vierkant, gevormd door aaneengesloten gebouwen met twee toegangspoorten, alles in Barokstijl. Het vroegere stadhuis dat eerst een sombrerofabriek en gevangenis was, evenals de huizen ernaast dateren uit de 15e en16e eeuw. Vroeger werden op de Plaza stierengevechten gehouden. Nu zijn er terrasjes in het midden en de gebouwen met hun portieken en arcades met pilaren en decoraties zien er zeer aantrekkelijk uit en zijn nu zeer chique zaken.

Omdat het de Patioweek was, bezochten we een van de vele maar niet zo bekende patio’s. Eenmaal binnen op de patio heb ik mijn ogen uitgekeken. Ongelooflijk zoveel struiken en planten in een ruimte van 4 bij 5 meter rond een middenstuk met een wit-marmeren fontein en langs de muren de prachtigste combinaties van kleur en vorm. Tegen de laatste muur stond een tafeltje met een oranje heksenbeeld naast een bos bloemen en een koperen schaal voor een financiële bijdrage. Nou, dat had de artistieke eigenares van de patio wel verdiend. Ze had alles zelf gedaan, vertelde ze.

We passeerden nog een gewone, dus altijd open patio van het huis van de kunstschilder Julio Romero Torres. Het was een plaatje, compleet met drie Romeinse beelden zonder hoofd, omringd door sierlijke bomen, planten en bloemen en een grindmozaïek op de bodem. Echt de moeite waard evenals de patio van de 15-eeuwse Posada del Potro (veulen) met een groot wagenwiel aan de muur.

Dwars door de Judería met zijn pittoreske straatjes gingen we terug naar ons beginpunt, de Plaza de Colón.

Vlak bij dit plein troont het beeld van San Rafael, de beschermheilige van Córdoba, op zijn hoge zuil. Het beeld is een van de belangrijkste monumenten van de stad. Het staat op een kussenachtig voetstuk omringd door zuilen die oprijzen uit een kasteel, omringd door heiligenbeelden. Dat alles ook nog eens versierd met allerlei ornamenten.

Het werd gebouwd in 1781 om de heiligen te bedanken voor

(eerste versie)……. het behoeden van de stad voor een aardbeving

(tweede versie)…… het stoppen van een pestepidemie……

(Hadden wij maar zo’n heilige voor onze corona.)

In onze ‘vrije tijd’ heb ik nog de Puente del Rio bezocht, de toegangspoort tot de brug over de rivier. Een tijd lang werd deze de ‘Arc de Triomphe’ genoemd, ter ere van de intocht van Filips II, die bij ons niet zo populair was. Op het eerste gezicht lijkt de poort wel op zijn Parijse naamgenoot. Hij is in de  loop der eeuwen ettelijke malen verbouwd. De eerste versie was Romeins, daarna Moors en de laatste versie dateert uit 2011.

En nog gauw een foto genomen van een Moorse boog in de muur van de Mezquita, met daarin een decoratie van het wapen van een christelijke bisschop. Een typerende foto van de smeltkroes van culturen, waar Córdoba om bekend staat..

Ondertussen hebben we in een apart restaurant van heerlijke hapjes en happen genoten. Vooral de ossenstaartkroketten vond ik bijzonder lekker.

Het was weer een heerlijke, leerzame dag.

Bedankt dames!           EvV