Pintar la Luz, het geschilderde licht, in Muséo Carmen Thyssen in Malaga.

Dagenlang heb ik mijn hersens gepijnigd over de vertaling van de titel die deze interessante tentoonstelling recht zou doen. Uiteindelijk kwam ik uit bij ‘het spel van licht en donker’.

Elke stroming in de beeldende kunst verwerkt op zijn eigen manier de invloed van het licht op vorm en kleur. Toen ik de titel voor het eerst zag dacht ik meteen aan Rembrandts ‘Nachtwacht’. De beroemde schilder brak met alle maatschappelijke regels, door een spelend meisje met haar hondje in het volle licht te plaatsen tussen de donkere strenge groep schutters.

Een paar eeuwen later kunnen wij een tentoonstelling zien die geheel gericht is op dit spel van licht en schaduw, bijeen gebracht uit de collecties van de vier musea van baron Thyssen Bornemisza. Carmen Cervera is de vijfde vrouw van de baron die een uitgebreide kunstverzameling van zijn vader erfde. “De taal van de kunst slecht barrières, overschrijdt politieke grenzen en kan de wereld verbeteren”, was zijn motto. (Mooie ideologie als je weet dat het geld uit de wapenindustrie afkomstig is). Carmen Thyssen Bornemisza Cervera heeft dit werk voortgezet en is zelfs (officieel dus) tot mecenas van de kunstwereld verklaard. Deze tentoonstelling toont 350 kunstwerken vanaf de tweede helft van de 19e eeuw tot heden en geeft een aardig overzicht van alle stromingen in die tijd. Van poëtische landschappen tot abstracte figuren, van impressionisme tot kubisme. En wat het onderwerp ook is – mens, dier, landschap, dorpstradities – overal is er dat spel van licht en donker. Via een enorme lichte hal namen we de lift naar de derde verdieping en daar werd ik het eerste getroffen door een schilderij ‘Kinderen in het licht van een straatlantaarn‘. Het licht viel van buiten op een meisje dat in een oranjerode jurk devoot omlaag keek. Van een meisje tegenover haar zag je nog net de contouren oplichten, de rest verdween in de schaduw. Ik besefte opeens dat het misschien wel moeilijker is om vervagende schaduwen weer te geven dan stralend licht! In dezelfde afdeling ‘een glimp van de moderne tijd’, het modernisme, hingen schilderijen van 1850 tot ±1900 van Catalaanse schilders. Trouwens, alle schilderijen, evenals de bronzen sculpturen waren van kunstenaars uit Catalonië, de geboortestreek van Carmen Thyssen. We zagen romantische zonovergoten of juist melancholiek bewolkte landschappen met wat dorpelingen. Eén ervan viel meteen op: een reusachtige opwaaiende palm met zes zwaaiende gevederde takken onder een bewolkte hemel met op de voorgrond een herderinnetje in een bruin landschap met bergen op de achtergrond. Ernaast hing nog zo’n landelijk tafereeltje van twee kleine menselijke figuurtjes (vrouwen dus) die de was deden onder een grote boom aan een brede rivier. Ook hier weer een grijze wolkenlucht. Bij het schilderij ‘Interieur in de open lucht’ overheerste het felle licht dat van buiten over een keurig echtpaar scheen dat in de serre zat. De man in zijn lichte zomerpak met stropdas leunde achterover in zijn stoel en deed een dutje. Zijn vrouw zat tegenover hem aan de sierlijke tuintafel in haar hoog gesloten witte japon met ruches ijverig te borduren. Ook de theepot en de potplant ontbraken niet! Een groot contrast hiermee vormde de afbeelding van de haven van Barcelona, verlicht door een nevelige gele maan die een vage glans over de zee en het land erachter wierp en waar het witte kunstlicht van de zwarte, strak omlijnde lantaarns, zich aftekende tegen de grijze hemel, alles zo scherp dat het wel een foto leek! ‘De haven bij nacht’ daarentegen was met een ruigere schilderskwast opgezet. Net als bij het vorige werk ook weer een combinatie van kunstlicht en een natuurlijke lichtbron. Alleen al over de eerste afdeling is nog veel meer te schrijven. De kunstenaars lieten hun licht vooral schijnen over het traditionele gezinsleven, folkloristische taferelen als carnaval en stierengevechten. Wij liepen naar het tweede gedeelte, getiteld ‘Mediterraneum Splendour’ en het schilderij ‘Mediterránio’ was inderdaad een sprankelende Middellandse-Zee-idylle, een hemelsblauwe baai met een naakte jonge vrouw, geknield op een wit kleed tussen twee dartelende lammetjes in het groen. Een jonge visser kwam op haar toegesneld met een net vol vissen tussen  zijn gespreide armen. Het is een typisch voorbeeld van het ‘Noucentisme’, de Catalaanse avant-garde beweging, die het vreugdevolle mediterrane landleven verheerlijkte. “Onder invloed van het impressionisme en fauvisme werd er geëxperimenteerd met vormen en kleuren“, lazen we op de beschrijving op de muur. Tegenover die muur zat een (knappe) jonge suppoost, gekleed in onberispelijk donkerblauw, zwijgend in het niets te staren. Wij waren de enige bezoekers, dus ik kon de verleiding niet weerstaan om dit zwijgen te doorbreken en vroeg hem: “Wij zien alleen maar werk van mannelijke kunstenaars. Dienden de vrouwen alleen maar als werkmeid, wasvrouw of schildersmodel?”. Hij stond op en wees naar een paar lieflijke, zonnige tafereeltjes. “Dit zijn de enige twee vrouwelijke schilders in deze collectie. Vergeet niet dat wij lang onder een streng dictatoriaal bewind hebben geleefd. De plaats van de vrouw was in het gezin en nergens anders. Ja, werken op het land en in de campo, dat kon wel!“  Hijzelf was niet zo enthousiast over zijn werk. Hij had vijf jaar aan de kunstacademie gestudeerd en mocht blij zijn dat hij een slecht betaald baantje als suppoost had. Wij bedankten hem, wensten hem succes en gingen de twee schilderijen nader bekijken. Alles heel licht en luchtig, huisje-boompje-beestje-bootje! Een paartje in een bootje, op een rivier die langs een idyllisch huisje stroomde met een paar mensen eromheen en dat alles omringd door bomen, waaronder ook de beestjes liepen. De titel was ‘Idyllisch landschap’ en dat was het dan ook. De titel van haar andere schilderij, (ook impressionistisch) was even duidelijk ‘Landschap met straten en huizen’. Weer heerlijk luchtig en leuk om te zien. Het laatste gedeelte van de expositie heet: ‘Licht in de duisternis’, en bevat geavanceerder werk vanaf ±1950, in de geest van vernieuwing, gebaseerd op symbolen en vereenvoudiging van vormen. Het is een radicale verandering, beïnvloed door het kubisme en surrealisme. Het eerste werk was inderdaad wat de titel zei: ‘Een constructieve compositie’. Een dunne zwarte lijst waarbinnen de lichtbeige/bruine ruimte in rechthoeken van verschillende afmetingen. En in elk in hokje waren met zwarte lijnen simpele figuren geschetst, als het ware: een zon, een klok, een huis, een fles, etcetera. Het leek alles heel primitief, teruggebracht tot een minimaal aantal lijnen. Vlakbij hing nog zo’n creatie van dezelfde schilder maar nu zonder hokjes eromheen. Het heet dan ook ‘Vrije vormen‘.De voyeur’ daarentegen was een chaotisch penseelwerk waar je tussen wat summier aangegeven groene bladeren een blauw vogelkopje met een rond zwart oogje kon ontwaren. ‘Het Laagtij’ was nog onduidelijker, grijs met blauwe vierkanten die juist niet duidelijk omlijnd waren maar in de lichte achtergrond vervloeiden. Het ‘Spel van licht en donker’ is hier ook wat vaag. Het toppunt van onduidelijkheid was wel het grootste artefact: achter metershoog glinsterend glas waar wel duidelijk het kunstlicht op gericht was, zagen we in eerste instantie alleen onszelf weerspiegeld. En de flits van mijn camera bracht een lichtexplosie teweeg! Dichterbij gekomen lazen we de titel: ‘Zwartachtig bruin‘. Olie, zand en hars op linnen! Met onze neuzen bijna op het glas gedrukt en binnen de verboden 1 meter afstand, ontdekten wij dat het zwartbruine linnen zo bewerkt was dat je witte kreukelende lijnen zag, als een soort wolken. Eigenlijk was het allemaal heel leuk om te zien (je bleef kijken als naar een legpuzzel). Maar de allerlaatste was echt een legpuzzel: op een blauwe achtergrond twee witte eivormige figuren met zwart en bruin eromheen, alles vol grillige lijntjes, als je de eieren weer van te dichtbij bekeek (gelukkig keek de suppoost de andere kant op!) waren die grillige lijnen allemaal door elkaar wriemelende naaktfiguren. Als je de titel niet eerst had gelezen, ‘Desnudos’, had je het misschien niet eens ontdekt.  Er was natuurlijk nog veel meer te ontdekken en beleven, maar ik hoop dat jullie dat zelf nog voor 7 oktober kunnen zien! 

                                                                                             Enjoy – diverte – geniet ervan!

Else van Velthuijsen.

m.m.v. Anke Louwerse.